Fragment: IK PAKTE DE PREDICTOR-STICK ZORGVULDIG IN.

Het moest een cadeautje worden voor Roland, die de volgende dag met zijn vrienden een gletsjertocht in Zwitserland ging maken. Met drie kinderen zouden we pas echt compleet zijn. Of dat de goden verzoeken is, als je al twee beeldschone en kerngezonde kinderen hebt, daar hadden we het weleens over gehad. Maar we besloten dat een derde kind geen overbodige luxe was. Ik was pas 29. De meeste mensen moeten dan nog aan kinderen beginnen. De test had ik 's morgens met kloppend hart afgewacht. Aan alle voorwaarden voor een positief resultaat hadden we bij mijn weten hartstochtelijk voldaan. Toch leken de minuten uren te duren. Toen de test uitwees dat ik voor de derde keer moeder zou worden, gilde ik het uit. De plannen om Roland er op een originele manier mee te verrassen raasden door mijn hoofd. Ik zou een kaart naar zijn vakantieadres in Zwitserland kunnen sturen, maar dan miste ik zijn reactie. Ik kon wachten tot hij terug was, maar dat geduld bezat ik niet. Ik kon hem meteen bellen op zijn werk, of hem dezelfde avond meenemen naar een terrasje. Ik koos voor het laatste. Het was 16 juli 1992. De avond was zwoel en plakkerig, het was windstil in het lommerijke Groenendaalse bos. Ik kon mijn handen eigenlljk niet van Roland afhouden. Hij was wel vaker een weekje weg voor zijn werk maar de komende dagen zou ik hem gaan missen, dat wist ik zeker. De eerste dagen van dat hele kleine, fonkelnieuwe mensje in mijn buik wilde ik met hem delen. Roland bestelde een droge witte wijn, ik nam een jus d'orange. Die eerste aanwijzing was niet aan hem besteed. De tweede was een stuk duidelijker. Die was verpakt zoals je een vulpen verpakt. Ik vertelde hem dat hij de verrassing pas in Zwltserland mocht openmaken, als hij zeker wist dat hij de mooiste gletsjer had ontdekt. Vol ongeloof keek hij me aan. Ik zag hem denken. Ik begon te lachen en langzaam peuterde Roland het pakje open. Hij straalde toen hij de stick zag. Toen hij me kuste voelde ik dat zijn mond lachte. Het was een dierbaar moment. We besloten het nog even onder ons te houden. We wilden eerst samen genieten van dit kindje. Heimelijk, en voordat iedereen zich met de even goedbedoelde als gebruikelijke adviezen met mijn zwangerschap kwam bemoeien. Enigszins geemotioneerd en opgewonden vertrok Roland naar Zwltserland. Ik dacht dat ik het makkelijker zou hebben met zijn vertrek, maar het viel zwaar tegen. Vanaf het moment dat hij weg was veranderde mijn humeur. Ik was niet te genieten en ik wist niet waarom. Het viel niet alleen mijn kinderen Martijn (toen drie jaar oud) en Emille (destijds twee) op, familie en vrienden wezen me net zo zeer op mijn gemoedstoestand. Ook toen Roland weer terug was, bleef de mist in mijn hoofd hangen. Ik kon nog net de kinderen bijsloffen, voor mijn gevoel hield het daarbij' op. Natuurlijk gaven we het geheim van de zwangerschap prijs. We hoopten zelfs dat ik er door zou opklaren. De afleiding zou helend kunnen werken. Het tegendeel was waar. Een dag duurde soms een eeuw, ik kwam er met geen mogelijkheid doorheen. Op de vreemdste en onzinnigste momenten barstte ik in snikken uit, meestal zat ik moe en lusteloos op de bank. Ik telde de dagen met de precisie van een Zwitsers horloge. Ik dacht terug aan mijn vorige zwangerschappen, ik dacht weer aan wat ik toen ook dacht: stel je voor dat er iets misgaat. Een hypochonder zou ik mezelf niet willen noemen, toch hou ik altijd meteen met het ergste rekening. Hoofdpijn zou een tumor kunnen zijn en longontsteking begint met een hoestje. Ik bladerde door oude exemplaren van Kinderen en stuitte op een artikel over een moeder met een dochtertje dat het Downsyndroom had. De laatste alinea van het verhaal heb ik drie keer herlezen. De moeder zei: 'Ik had het kunnen weten, ze bewoog niet in mijn buik.'