|
Gedichten
Je schopjes, je hikjes
heb ik als eerste gevoeld
Maar later waren ze ook
voor je vader bedoeld
Bij de geboorte was je mooier
Dan wij ooit hadden durven dromen
Waarom ben je dan vier dagen later
toch weer van ons afgenomen
Het was zomer in mijn hart
toen ik mijn zoontje kreeg
Het werd herfst toen hij stierf
Ik voelde mij zo leeg
Met pijn is de winter gekomen
en werden er beslissingen genomen
En nu komt de zomer en word het weer licht
met mooie lange dagen en nieuwe leven in het zicht
Er is een lief engeltje
hoog boven ons hoofd
We zullen hem niet vergeten
Dat hebben wij beloofd
Veel te vroeg genomen
uit je moeders schoot
Je was een heel mooi meisje
Zo lief, zo klein..... maar dood
We hadden je graag gekent
en zoveel liefde willen geven
Nu weten we niet wie je bent
Misschien in een ander leven |
|
Ik wil verder, maar toch ook niet
Ik wil dat iemand een keer ziet
Hoe wij omgaan met ons verdriet
En aan hun vragen:
Vergeet hem niet
|
Gedicht geschreven en voorgelezen op de begravenis, door Gertjan Baarda, de oom van Ruben
Ruben
mijn ode aan hem die ik nooit heb mogen kennen
Soms vraag ik me af
Wat heeft het leven voor zin
Dan dwaal ik doelloos rond
Op zoek naar het begin
Een doel heb ik gevonden
Dat denk ik keer op keer
Wat gaat er nu gebeuren
Het leven is veel meer
Het leven is oneerlijk
Dat heb ik wel gemerkt
Gerechtigheid gegeven
Maar heeft het nou gewerkt?
Ik moet mezelf gelukkig prijzen
Het leven voor mij is fijn
Maar als ik om me heen kijk
Dan zie ik zoveel pijn
Soms wil ik dat ik wat leed kan dragen
Niet alles op een man
De pijn die ik nu voor me zie
Is meer dan iemand hebben kan
Zo vaak is het oneerlijk
Het leven om me heen
Zo vaak is het venijnig
Zo in en in gemeen
Na regen komt de zonneschijn
Dat heeft het boek gemeld
Maar dat het nooit meer droog zou zijn
Dat is mij nooit verteld
De trein rijdt stevig door
Met hier en daar een stop
En ook het leven hier
Dat houdt een keertje op
Maar wat nou als de trein
Niet in beweging komt
Dan staan we hier alleen
Verbaasd, verdoofd, verstomd
We staan hier aan het eind
Het eind van een begin
Het werd ons niet gegund
Dat lieve kleine kind
Ik heb je niet gekend
Dat doet mij heel veel zeer
Het leven heeft een doel
Was wat het ook alweer?
Aan onze lieve Els
Aan jou nog een verzoek
Zorg goed voor ons gemis
Dit ongeschreven boek.

Lights of Love
Can you see our candles
Burning in the night?
Lights of love we send you
Rays of purest white
Children we remember
Though missing from our sight
In honor and remembrance
We light candles in the night
All across the big blue marble
Spinning out in space
Can you see the candles burning
From this human place?
Oh, angels gone before us
Who taught us perfect love
This night the world lights candles
That you may see them from above
Tonight the globe is lit by love
Of those who know great sorrow,
But as we remember our yesterdays
Let's light one candle for tomorrow
We will not forget,
And every year in deep
DecemberOn Earth we will light candles
As................we remember
Jacqueline
BrownPeace Valley TCF,
New Britain PA
Drie zuchtjes wind
gekomen om te gaan
Gedragen om verlost te worden
te kort was hun bestaan.
Nog voor we hen zagen
waren ze verdwenen
Nog voor we ze aanraakte
deden we ons pijn.
Lieve Allard Maikel en Roy slaap zacht
Dit gedicht heeft ze voor gelezen de dag dat ze werden begraven, en ik zal het
nooit meer vergeten. Voor mij is dit het mooiste gedicht dat iemand kan schrijven.
Groetjes Conny Mama van Allard* Maikel* Roy* 6 Engeltjes en 2 Bengeltjes Ricardo en Patty
In jou ogen
lees ik soms verdriet
wanhoop en eenzaamheid.
Ik zie hoe je tevergeefs tegen je tranen vecht.
Ik zou je willen helpen.
In jou ogen,
zie ik soms ook liefde en vreugde,hoop en geluk.
Dan lachen ze kijken ze blij aan,en ik ben dol gelukkig
Jou ogen zijn soms dromerig verweg afwezig waar ben je dan?
Ik kan je niet volgen in de verre reizen
die je ogen ombeurt droevig of blij maken.
soms zijn ze slaperig.
Ik hou van je ogen
Want ik kan er je leven in leren
Ik hou van je ,het is zo mooi
voor mijn dochterje 6jaar(kankerpatientje) van haar mama
het regende toen tranen, bij duizenden vielen ze neer
de engelen weende zachtjes, ook dit deed hun zo zeer
dit had niet gemogen, dit was veel te wreed
ze had niet mogen sterven, niet met zoveel leed
daar stond ik aan haar grafje, op mijn knieën viel ik neer
ik schreeuwde door de duisternis, ik riep haar, keer op keer
verblind daar al mijn tranen, overmand door mijn verdriet
ik hoorde slechts de stilte, een antwoord kwam er niet
tot op die dag in juni, de zon scheen op ‘t grafje neer
alsof er engelen zongen, zo helder en zo teer
toen raakte ze mijn hart aan en sprak met lichte smart
huil niet, lieve vader, ik woon nu in je hart
daar zal ik blijven wonen tot we weer samen zijn
daar ben ik heel gelukkig, daar voel ik ook geen pijn
dus leef, mijn lieve pappa, en maak maar weer plezier
en weet je kleine meisje dat woont voor altijd hier
auteur: Dick van Poorten
waarom heeft het niet mogen wezen, waarom heeft het niet mogen zijn
ik huil om jou, m’n liefste kindje, ik huil om jou en voel je pijn
ik voel de leegte in mijn lichaam, ik mis het kloppen van je hart
’t heeft slechts 4 maanden mogen duren, wat over blijft is smart
ik heb je lief, m’n kleine kindje, ik gaf je zelfs al een naam
nu heb ik niets, niet eens een foto, als of je nimmer hebt bestaan
maar soms, als ik zit te dromen, zie ik je helder voor mijn geest
ik zie je spelen in je wiegje, als of je nooit bent weg geweest
zo zal ik altijd aan je denken, als een kind van vlees en bloed
en je zult groeien in mijn gedachten, zoals elke baby doet
nooit zal ik je meer vergeten, ook al was je nog zo klein
ik zal je koesteren in gedachten, jij zal altijd bij je moeder zijn
auteur: Dick van Poorten
Gedicht geschreven door Mieke,voor haar overleden zoontje Boyke
Boyke
Ik zou er miljoenen voor over hebben om jou te mogen kennen
Ik zou de zee over zwemmen om je te kunnen zien lachen
Ik zou een draak verslaan om de kleur van je oogjes te zien
Ik zou door een vuur lopen om je te mogen troosten
Ik zou de hoogste berg beklimmen om je eerstse stapjes te zien
Ik zou......................................
Woorden schieten mij gewoon te kort om te zeggen hoeveel ik van je hou
Liefs Mieke, mama van het allerliefste ventje dat ik ooit gekend heb, Boyke*
Veel te vroeg bij me weggenomen.
Je leeft nog altijd voort in al mijn dromen.
Hoe zou ik jou nou ooit kunnen vergeten.
Ik hou van je dat mag je weten.
Zo graag had ik je hier op aarde gekent,
maar als ik je ooit weer zie zal ik weten wie je bent.
Mijn zoon mijn allerliefste kind, gegaan ben je met de wind.
Daar boven straal je nu mijn mooie ster, zo dichtbij en toch zo ver.
je mamma
Gedicht geschreven voor Kayleigh,overleden aan het syndroom van Potter
Een droom van een babykamer maakten we voor jou,
mijn prinsesje waar ik al zo onbeschrijfelijk veel van hou.
Al die mooie kleertjes die je nooit zal dragen,
hoe moeten je papa en ik deze pijn verdragen.
Nu nog beweeg je bij de vleet,
maar als je geboren wordt wacht ons veel leed.
Jouw geboorte wordt geen feest,
de toekomst is nog nooit zo zwart geweest.
Nu nog voel ik je bewegen,
nog een paar dagen dan moet ik je opgeven.
We wilden je zoveel liefde geven,
maar helaas je bleef maar even.
Je hartje klopte altijd zo mooi en luid,
maar dat maakte dus helemaal niet uit.
Je hebt het zogenaamde Pottersyndroom,
een foutje in een chromosoom.
Daardoor heb je geen niertjes en slechte longen,
en eindigt jouw leven voor het echt is begonnen.
Waarschijnlijk zal jij je hartkleppen aan een andere baby geven,
en blijft die dankzij jou in leven.
Die gedachte doet je papa en mama goed,
daaruit putten we heel wat moed.
Ik heb het nooit zo stil geweten
op 't kerkhof als 't die morgen was
in juni, vogelzang, gebeden
en stilte, geur van junigras.
Een kistje met wat witte rozen
een droom die nu begraven was
en woordeloze pijn om 't broze
van ''t leven onder junigras.
Mathias heeft een naam gekregen
twee dagen als zijn leven was,
herinnering, blijft eeuwig leven
en ruisen in ''t junigras.
Leo Vercruijssen.
Zo compleet en sterk....alles zat eraan
alleen wilde je hartje....niet voor ons kloppen gaan.
Gedicht geschreven door Eline Greveling voor haar overleden zoon Thomas.
Toch
Jij hebt me nooit aangekeken
en toch ken ik jouw blik
ik zie het in haar ogen en de zijne
of in mijn ogen, want jij dat ben ik
Ik heb jou nooit zien of horen lachen
maar toch klinkt jouw lach in mijn oren
ik sluit mijn ogen en doe mijn best
om jou te zien en te horen
Ik heb jou nooit horen huilen
en ook troosten kon ik je niet
maar jij huilt met mijJij hebt mij nooit geknuffeld
en ik heb jouw armpjes nooit om me heen gevoeld
en toch voel ik jouw warme armpjes
en hoe je zachtjes door mijn haren kroelt
Jij hebt mij nooit 'Mama' genoemd
ik heb jouw stem nooit gehoord
toch hoor ik je elke dag
en is het jouw stem die mijn hoofd doorboort
I k heb jou nooit zien lopen
toch hoor ik jouw voetstapjes op de vloer
kleine, lieve en voorzichtige stapjes
en toch zo krachtig en zo stoer
Maar er komt een dag dat jij mij in mijn ogen kijkt
en dat je tevreden naar mij lacht
dan zal mijn hart zich vullen met geluk en vreugde
want daar heb ik zo lang op gewacht
Je zal dan naar me toe rennen
en je armen om me heen slaan
samen huilen we dan van geluk
en dan laat ik je nooit meer gaan
Dan kan ik je zeggen wat ik altijd al wilde
en zal je zeggen wat ik altijd al wist
"Mama, ik hou van jou
en ik heb je zo gemist!"
Eline Greveling
Mama van Beau,*Thomas en Nick
Herinneringen aan Martijn
Beschuit met muisjes ging niet door.
Want je was er al vandoor.
Je ging naar de hemel en zei.
Ik mis jullie allebei.
We hadden een zoontje.
Maar nu niet meer.
Dat doet ons heel zeer.
We waren heel blij.
Want er was er een bij.
Maar hij is weg.
We hebben ook zo’n pech.
Tranen komen uit onze ogen.
Iedereen had tegen ons gelogen.
Ze zeiden het komt goed.Heb moed.
Maar het ging niet goed.
Dus op is ons moed.
Hij is weggegaan.Van ons vandaan.
Maar ergens is hij er nog.
Dat voel ik toch.Het is in mijn hart.
Ik wacht op je met smart.
Dat gevoel komt uit mijn hart.
We hebben een leeg wiegje.
Mama zei dat lieg je.
Hij is er nog dat zie je toch.
Het is dat sterretje in de hemel dicht bij een gevel.
Maar hij is niet dicht bij.
Jawel hij is bij mij.
Kruip nauw maar in het dons.
Maar hij blijft bij ons.
Al je schopjes en je hikjes.
En de hond gaf je likjes.We vonden het heel fijn.
Maar toen kreeg je zo’n pijn.
We hadden zulke leuke dromen.
Toch werd je ons afgenomen.
Iedereen zei tegen mij.
Het oortje en lange vingers lijken zo op jou.
Maar hij heeft geen lange armen, want ze passen niet in de mouw.
Ik vond dat heel fijn.
Het kan ook wel zo zijn.
Nu pas weet ik dat ik snik om jou.
Omdat ik zoveel van je hou.
In het bedje liggen allemaal knuffels,
dat vind ik wel fijn.
Maar eerst lag daar de lieve slapende Martijn.
Ik vind het heel fijn dat je er bent geweest.
Maar we missen je nu het meest.
Ik heb heel erg verdriet.
Want je bent er niet.Je was er wel even.
Maar je had maar 4 dagen te leven.
Toen kreeg je heel erg pijn.
En je gaf een sein.
Laat mij maar in mijn moeders armen sterven.
Want ik heb zo’n pijn,en dat is niet fijn.
Ik kijk in de hemel en zie.
Twee oogjes een neus en een mond.
En een lieve zachte kont.
Martijn was een lieve jongen.
Hij had uitstekende longen.
Alleen zijn hoofdje was niet goed.
Maar hij had moed.
Toch is hij weg gegaan.
Van ons vandaan.
Ze zeggen altijd dromen zijn bedrog,
Maar zijn dromen nou echt bedrog?
Ik knuffel Martijn.Dat vind ik heel fijn.
Want je blijft altijd en eeuwig mijn.
Lieve Martijn.Je bent weggegaan.
En je woont niet meer in mijn laan.Je woont bij god.
En in zijn hand is jouw lot.
Ik maak gedichten over jou.
Omdat ik echt veel van je hou.
In het bedje lig je niet meer.
Je was ook zo teer.
Ik kus je keer op keer.
Want je bent er niet meer.
Dat doet mij heel zeer.
Waarom gebeurt dit ons.
Hebben toch niks gedaan.
Er biggelt een traan.
Mijn hart bonst.
Ik ga weg.
We hebben ook zo’n pech.
Op school is het niet fijn.
Want je bent er niet meer lieve Martijn.
Nergens is het echt fijn.
Waar ik overal maar kan zijn.
Het is niet leuk hier.
En ook niet daar.
Het is niet waar.
Je bent er toch nog wel.
Kom dan snel.
Je bent toch boven.
Ik kan dit niet geloven.
Ben je toch bij god in de hemel?
Lieve Martijn.
Waar je ook maar mag zijn.
Je hebt het vast heel fijn.
Maar ik zal altijd jouw grote zus zijn.
Waarom was je gegaan.
Naar de hemel.
Hier zo ver vandaan.
We kunnen je niet zien.
Jij ons misschien?
Waarom gebeurt dit ons.
Ik kan er niet meer tegen.
Je was er toch maar even.
4dagen waren zeker genoeg voor jezelf.
Maar ik ben pas elf.
Daarom kan ik er niet tegen.
Ivo gaf jou een zegen.
Dat vond ik fijn.
Maar ik had liever dat je er nog kon zijn.
Van : Mariël je grote zus.
Ik ben elf jaar en heb deze gedichten zelf bedacht.
Want ik heb zo’n verdriet.
Je kunt mijn een e-mail sturen
Want mijn kleine broertje is gestorven. Op mijn
homepage Wat ik heel erg
vind
http://www.krik.nl/mariel.html Ik hield heel veel van hem.
Heb jij nog een mooie gedicht laat het ons weten op verlies@babybrabbel.nl
|