|
Woordenlijst
- Abortus - de geboorte van een niet levensvatbare vrucht met een gewicht dat onder de 500 gram ligt. Een gewicht van 500 gram komt ongeveer overeen met een zwangerschapsduur van tussen de 20 en 22 weken.
- Abortus (arte) provocatus- opzettelijk afbreken van een zwangerschap op medische indicatie . Voor een abortus op medische indicatie staat een grens van een zwangerschapsduur van minder dan 26 weken. In dit late stadium wordt soms tot een abortus over gegaan als uit onderzoek is gebleken dat het kindje een afwijking heeft die niet met het leven verenigbaar is.
- Alfafoetoproteine - dit wordt ook wel aangeduid met AFP. Het is een eiwit van de foetus dat normaal in zeer kleine beetjes via de urine van de foetus wordt uitgestoten en in het vruchtwater terecht komt. Bij een neuraalbuisdefect zoals spina bifida - open ruggetje - anencefalie of een open schedel is dit eiwit in verhoogde mate in het vruchtwater aanwezig. Er lekt in dit geval meer AFP uit de foetus weg dan normaal. Met een vruchtwaterpunctie kan dit onderzocht worden. Via een tripletest kan het via het bloed van de moeder worden aangetoond.
- Anencefalie - ook wel open hoofdje of kattenkopje genoemd. In dit geval ontbreken vaak een groot deel van het schedeldak en hersenen. Een kindje is in dit geval niet levensvatbaar. Anencefalie wordt veroorzaakt door een aanlegfout van het centrale zenuwstelsel.
- Bracycardie - dit is als de harttonen van het kind gedurende langere tijd beneden de 120 slagen per minuut is. Als dit tijdens de bevalling voorkomt dan is het kindje in foetale nood.
- Buiten baarmoederlijke zwangerschap - dit wordt ook wel extra uteriene graviditeit of extopische zwangerschap genoemd. In dit geval heeft de innesteling van de vrucht niet in de baarmoeder maar hierbuiten plaats gevonden. Dit kan wezen in de buikholte of in de eierstok. Veelal gaat dergelijke zwangerschap spoedig vanzelf mis. Een buitenbaarmoedelijke zwangerschap kan nooit naar een goed eind worden gebracht, en zal dan ook beëindigd moeten worden door een arts, voordat er gevaar optreedt voor de moeder. Bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap is er kans op het springen van een eileider, waardoor de vrouw het risico loopt door de grote hoeveelheid van bloedverlies te overlijden. Snel ingrijpen is dan geboden. Vrouwen die ooit een eileideronsteking hebben gehad hebben een verhoogde kans op een buitenbaarmoedelijke zwangerschap omdat de eileiders minder goed doorgankelijk zijn. Bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap in de buikholte is in een zeldzaam geval wel eens een voldragen baby geboren. Dit natuurlijk met gigantisch veel gevaar voor moeder en kind. Soms verliest de vrouw bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap een van haar eileiders. Ondanks dit is er toch nog goede kans op een zwangerschap, omdat het werk door de andere eileider word over genomen.
- Curettage - een chirurgische behandeling om de baarmoeder weer schoon te maken na een miskraam. Met een curette wordt de baarmoeder uitgekrabd, om op die wijze het achtergebleven weefsel weg te nemen. Een curettage is nodig als na een miskraam het weefsel niet spontaan afkomt of als de vrouw ernstige bloedverlies heeft, met gevaar voor zichzelf. Soms wordt er voor een curettage gekozen om zeker te zijn dat er geen weefsel is achtergebleven wat een baarmoederonsteking zou kunnen veroorzaken.
- Cerclage van Shirodkar - Dit is het tijdelijk dichtbinden van de baarmoedermond bij een dreiging van vroeggeboorte. Dit wordt meestal gedaan als de vrouw voorheen een kindje heeft gehad die veel te vroeg geboren is, door het openen van de baarmoedermond. In dit geval wordt er een bandje om de baarmoedermond gemaakt, die enkele weken voor de geboorte verwijderd wordt.
- Cervixinsufficiëntie - dit is een zwakke baarmoederhals. De baarmoederhals en mond blijft tijdens de zwangerschap niet voldoende gesloten waardoor een vroeggeboorte dreigt. Dit komt het meeste voor in het tweede stadium van de zwangerschap dus tussen de 3 en 6 maanden. Een kindje is in dit geval nog niet levensvatbaar. De baarmoedermond opent zich zonde aanwijsbare reden, de vrouw heeft dan geen weeën.
- Chromosomen - draadvormige structuren in de celkern die de genen bevatten. Normaal gesproken bevat elke menselijke cel 46 chromosomen 23 paar in elke cel. De zaad en de eicel bevatten elk 23 chromosomen bij bevruchting. Na de bevruchting onstaat er een cel met 46 chromosomen. Als er iets mis gaat dan hebben de cellen van de baby een chromosoom te veel of te weinig. In dit geval zal de zwangerschap beëindigingen in een miskraam of een kind met een afwijking.
- Chromosoomafwijking - als er iets mis gaat bij de bevruchting van de zaadcel met 23 chromosomen en de eicel met 23 chromosomen en het dus niet tot een cel van 46 chromosomen. In dit geval kan er dan bijvoorbeeld een cel van 47 of 45 chromosomen ontstaan. Ook kan er een stuk van een chromosoom afbreken en zich aan een andere chromosoom hechten. Dit wordt dan translocatie genoemd.
- Dreigende miskraam - krampen of bloedverlies in de eerste weken van de zwangerschap. Dit kan wijzen op het afstoten van de vrucht door de baarmoeder. Een miskraam kan niet worden tegen gehouden door medicijnen of bedrust. Veelal is er iets mis gegaan in de aanleg van het kindje. Bij een dreigende miskraam kan alleen worden afgewacht of het daadwerkelijk doorzet. Dit gebeurt meestal binnen zeven tot tien dagen na het bloedverlies. Als de miskraam doorzet krijgt de vrouw meer bloedverlies, krampen in de buik en onderrug. De baarmoeder mond opent zich.
- Gemiste abortus - veelal missed abortion genoemd. Dit is het sterven van de vrucht in de eerste 16 weken van de zwangerschap. Alleen in dit geval wordt de vrucht niet afgestoten. Er kan wel spraken zijn van enig bloedverlies. In dit geval kan een arts medicijnen voorschijven of overgaan op een curettage.
- Genetic counselling - na het verlies van een kindje of het krijgen van een kindje met erfelijke problemen kan je advies inwinnen bij een erfelijkheidsdeskundige. Dit is dan genetisch advies of erfelijkheidsvoorlichting. Deze persoon onderzoek dan het risico op herhaling. Ook kan je laten onderzoeken over bepaalde problemen veroorzaakt worden door een van de ouders, doordat zij bijvoorbeeld drager zijn van bepaalde genen. Deze problemen kunnen vaak niet worden aangetoond door prenatale diagnostiek. Na een erfelijkheidsonderzoek kunnen ouders beslissen over het te nemen risico voor een volgend kind.
- Maternale sterfte - Het overlijden van een vrouw tijdens de zwangerschap of binnen zes weken na de eindigen van de zwangerschap. De oorzaak van de maternale sterfte is een complicatie van de zwangerschap, bevalling of kraambed. Er kan ook spraken zijn van een ziekte die door de zwangerschap is verergerd of is opgetreden.
- Misgeboorte - Dit is de geboorte van een zeer ernstig misvormd van een aldan niet levensvatbaarkind of van een mola. Ook siamese tweelingen vallen onder de noemer misgeboorte. Bij misgeboorte heb je het niet over een andere bewoording van een miskraam, maar een miskraam kan wel een misgeboorte zijn.
- Miskraam - Dit wordt ook een spontane abortus genoemd. Een miskraam is het uitstoten van de afgestorven vrucht of weefsel als er geen vrucht meer aanwezig is of niet is uitgegroeid omdat het al is afgestorven in een vroeger stadium van de zwangerschap (om deze reden is de vrucht niet meer herkenbaar). Een miskraam vindt in de eerste zestien weken van de zwangerschap plaats. Een miskraam begint meestal met bloedverlies en krampen in de buik en onderrug. In dit stadium wordt het door de artsen als dreigende miskraam betitelt. Het heeft geen zin om rust te houden. Ook zijn er geen medicijnen om een miskraam tegen te gaan. Veel jaren geleden hebben vrouwen die een dreigende miskraam hadden, het medicijn DES gekregen, uit veel onderzoek is gebleken dat dit juist voor veel ellende bij de kinderen heeft gezorgd. Als een miskraam begint zet deze veelal door. Een miskraam vindt meestal plaats omdat er iets helemaal fout is in de aanleg van het kindje. Als het kindje wel volgroeit zou zijn, dan zou het waarschijnlijk zwaar gehandicapt zijn. Als een zwangerschap eigenlijk in een miskraam zou moeten uitmonden omdat het vruchtje dus niet goed is, maar de zwangerschap gaat toch verder dan noem je dit een missed abortion. Door middel van een echoscopie kan gekeken worden of het vruchtje nog in leven is. Voor de twaalf weken zal dit met een inwendige echo gedaan worden. Soms blijkt uit een echo al dat het kindje niet lang meer zal leven. In dit geval wordt het een in gang zijnde abortus genoemd. De baarmoedermond staat dan open en er worden stukjes weefsel afgestoten. Ben je langer dan 12 weken zwanger dan kan de verloskundige het hartje horen. Met een echo zal ook gekeken worden of de gehele vrucht is afgestoten. Is dit niet het geval dan zal de arts misschien aanraden nog even te wachten of dit alsnog spontaan gebeurt. Hij kan ook beslissen om tot een curettage over te gaan. Wanneer de vrucht met vliezen en al is uitgedreven dan wordt het een complete abortus genoemd. Als het vloeien niet overgaat en er stukjes weefsel naar buiten blijven komen dan wordt dit een oncomplete abortus genoemd. Een curettage is in dit geval dan noodzakelijk. Een miskraam kan voor de vrouw een ingrijpende ervaring zijn die nog lang doorwerkt. Sommige vrouwen krijgen na een miskraam een depressie.
- Mola zwangerschap - Bij een mola zwangerschap is er geen levende vrucht in de baarmoeder aanwezig. Er is een druifachtig geheel bestaande uit blaasjes. Dit wordt een mola genoemd. Door deze blaasjes wordt wel het zwangerschapshormoon HCG geproduceerd waardoor een zwangerschapstest positief is. Het vruchtje is al in een heel vroeg stadium van de zwangerschap overleden, of heeft zelfs misschien nooit bestaan. De chorionvlokken waaruit normaal de placenta ontwikkeld is veranderd in de druifachtige blaasjes. Bij een echo is een soort sneeuwstorm zichtbaar. Dit wijst dan op een mola zwangerschap. Het is van belang een mola zwangerschap te beeindigen omdat deze kan overgaan in een kwaadachtige aandoening. Na verwijdering van een mola mag een vrouw een jaar lang niet zwanger raken om zeker te zijn dat er niet alsnog chorionpithelioom onstaat. Regelmatig zal het HCG gehalte gemeten worden om woekeren van een nieuwe mola uit te sluiten.
- Letaal - Dodelijk niet met het leven verenigbaar bv een aangeboren afwijking als anencefalie is met zekerheid letaal.
- Listeriose - Ziekte die word veroozaakt door de Listeria-bacil. De bacterie Listeria monocytogenesis komt voor in rauw voedingsmiddelen zoals rauwe melk, kip,vlees rauwe groeten. Wanneer de moeder besmet raakt kan dit een miskraam ter gevolg hebben. Of een infectie van het kind in de baarmoeder met als gevolg intra uteriene vruchtdood of een partus prematurus.
- Overdragen zwangerschap - dit wordt ook wel serotiene zwangerschap genoemd. In dit geval is de uitgerekende datum met 2 weken overscheden. De vrouw is dus meer dan 42 weken zwanger. Een overdragen kind wordt extra gecontroleerd. Het risico van overlijden van een overdragen kind ligt iets hoger.
- Partus immaturus - vroegtijdige bevalling van een onvoldragen niet of vrijwel niet levensvatbaar kind. Het kindje wordt in dit geval geboren tussen de 16 en 28ste zwangerschapsweek. Voorheen werd de levensvatbaarheidsgrens gesteld bij 28 weken. Tegenwoordig zijn sommmige academische ziekenhuis in staat een kindje van 25 - 26 weken in leven te houden. Omdat deze grens dus tegenwoordig lager ligt worden zowel patus immaturus en partus preamaturus samengevat in de term preterme geboorte.
- Partus preamaturus - vroegtijdige geboorte van een onvoldragen maar wel levensvatbaar kindje. Het kindje wordt in dit geval na de 28ste zwangerschapsweek geboren.
- Perinatale sterfte - het overlijden van de baby tijdens de bevalling of binnen enkele weken na de geboorte. In Nederland ligt het perinitale sterftecijfer op circa 9. Dit wil zeggen dat er 9 baby's van de 1000 overlijden.
- Placenta insufficiëntie - in dit geval is er een onvoldoende functioneren van de placenta waardoor het kindje achter blijft in groei.
- Placenta loslating - dit wordt ook wel solutio placentae genoemd. Het begint met bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap. Dit kan dan een aanwijzig zijn voor een placentaloslating. Een placenta loslating gaat vaak gepaard met heftige buikpijn waarbij de buik erg hard wordt. In dit geval is het noodzakelijk dat de vrouw in het ziekenhuis opgenomen wordt. Bij een totale placenta loslating is er een groot gevaar voor het kind. Het zal met spoed geboren moeten worden. Dit gebeurt dan via een spoedkeizersnede. Vaak is dit helaas te laat bij een complete placenta loslating en zal het kindje overlijden. Door de grote hoeveelheid bloedverlies is er ook een groot gevaar voor de moeder. Een solutio komt bij ongeveer 2 op de 1000 zwangerschappen voor. Het risico wordt groter als de vrouw al wat ouder is en al meerdere kinderen gehad heeft. Verhoogde bloeddruk en roken maken het risico groter. Maar een placenta kan ook spontaal geheel loslaten. Na een placenta loslating is er een verhoogd risico op herhaling.
- Potter Sequentied -De Potter sequentie is een zeldzame aangeboren aandoening, waarbij het kind karakteristieke gelaatskenmerken heeft, de longen niet goed ontwikkeld zijn en de nieren niet goed functioneren of helemaal niet aanwezig zijn. Bijna alle pasgeborenen met de Potter sequentie overlijden binnen 24 uur. Soms leven de kinderen enkele dagen of weken.
- Spina bifida - in de volksmond open ruggentje genoemd. Dit is een aangeboren afwijking aan het centrale zenuwstelsel. Een sluitingsdefect aan de neurale buis, welke is gelegen in het lagere gedeelte van de wervelkolom. De bogen van enige wervels zijn niet gesloten waardoor het ruggenmerg naar buiten puilt. De afwijking kan gepaard gaan met verlamming van de benen en incontinentie. Het gebruik van foliumzuur kan de kans op een kindje met spina bifida verkleinen. Bij een verhoogd risico wordt een hogere dosis voorgeschreven. Vroeger overleed het grootste gedeelte van de kindjes met spina bifida. Tegenwoordig zijn er veel technieken ontwikkeld wie een gedeelte van deze kindjes kan helpen.
- Teratogeen - bijdragend aan een misgeboorte. Dit wil zeggen dat het mede de kans op afwijkingen kan veroorzaken. Het gebruik van sommige medicijnen tijdens de zwangerschap heeft een teratogeen effect op de vrucht.
- Translocatie - een deel van een chromosoom of een heel chromosoom is versmolten met een andere chromosoom. Dit is een ongebalanceerde translocatie en is verantwoordelijk voor een aangeboren afwijking. Een translocatie kan spontaan onstaan of erfelijk zijn. Wanneer een van de ouders een chromosoomtransloctie heeft zal het kind 1 een normaal chromosoompatroon hebben en gezond zijn. 2 dezelfde translocatie als een van de ouders hebben. Maar zelf gezond zijn. Het kind is dan wel drager van een gebalanceerde translocatie en kan deze op zijn kind weer overdragen. 3 een teveel of tekort van een chromosoomdeel hebben , een zogenaamde ongebalanceerde translocatie. Waardoor een miskraam kan optreden of het kind met lichamelijke en of geestelijke handicaps geboren zal worden. Een mogelijke translocatie kan worden aangetoond tijdens de zwangerschap door een vruchtwaterpunctie of vlokkentest. Een voorbeeld van een afwijking is syndroom van down, in dit geval is er spraken van een trisomie van chromosoom 21. In dit geval zijn twee chromosomen 21 met elkaar verbonden naast een los chromosoom 21. In dit geval zijn er dus drie chromosomen 21 aanwezig. Veel triosomieën zijn niet met het leven verenigbaar, en zal het kindje overlijden. Enkele waarbij het kindje wel levensvatbaar maar gehandicapt is trisomie 13 trisomie 18 en 21.
- Tweeling transfuseur - het ene kind van een tweeling pompt bloed naar het andere kind. Dit kan onstaan als de tweeling een placenta delen en er vaatverbindingen tussen de twee kinderen zijn gegroeit. Hierdoor zal de ontvangende partij te veel krijgen, waardoor het hart sterk onder druk komt te staan. En de baby die het bloed afstaat zal achter blijven in groei en een verhoogde kans op bloedarmoede hebben. De engelse term is het twin to twin syndroom
- Uitgezakte navelstreng - In dit geval is de navelstreng door de baarmoederhals gezakt naar het breken van de vliezen. Omdat het hoofd in de schede van de vrouw zakt raakt de navelstreng bekneld waardoor het kindje in ernstige ademnood raakt. Een spoedige geboorte is van belang.
- Vasa Previa, oftewel Voorliggende Vaten, betekent dat er bloedvaten (hetzij
door velamenteuze insertie, hetzij door een placenta uit twee delen of een
extra kwab die aan de placenta vast zit) voor de geboorte-uitgang liggen zodat
ze een groot gevaar voor het kindje vormen. Bij het breken van de vliezen
kunnen de bloedvaten doormidden gescheurd worden waardoor de baby verbloedt.
Ook kan het zo zijn dat tijdens de bevalling de bloed toe- en afvoer afgekneld
wordt door de druk van het kindje tegen de bloedvaten aan. Vasa Previa komt
voor bij 1:3000 zwangerschappen.
- Velamenteuze insertie van de navelstreng
Normaal gesproken lopen de aders van de baby via de navelstreng vanuit het
midden van de placenta naar het kindje toe. Bij velamenteuze insertie lopen de
aders vanuit de placenta eerst gedeeltelijk onbeschermd door de vliezen heen
voordat ze bij elkaar komen in de navelstreng. Velamenteuze insertie komt voor
bij 1-2% van alle zwangerschappen. Als de placenta ook nog eens laag ligt
bestaat er risico op Vasa Previa.
- Verhaakte tweeling - Dit is een zelden voorkomende complicatie bij een tweeling geboorte. Het hoofd van het tweede kind tijdens de geboorte van de romp van het eerste kind dat in stuitligging ligt indaalt. De geboorte van het hoofd van het eerste kind wordt hierdoor belemmerd.
- Waterhoofd - hydrocephalus Het vocht dat in om de hersenen circuleert is geblokkeerd. Hierdoor hoopt het vocht zich op. Hierdoor neemt de druk toe en zullen de bij de jonge baby nog loszittende delen uiteen zetten, waardoor het kind een groot hoofd krijgt. Dit is veelal het eerste verschijnsel van een waterhoofd. Het komt veelal voor in combinatie met spina bifida. De hoofdhuid is dun en glimmend. De ogen staan vreemd en huilen is hoog. Zonder behandeling door middel van een drain die het vocht via de maag afvoert is er een grote kans op een hersen beschadiging. In sommige gevallen is het waterhoofd al zo ernstig gevorderd tijdens de zwangerschap dat het kind al met ernstige hersenafwijking geboren wordt.
- Wiegendood (SIDS) Bij wiegendood wordt een ogenschijnlijk gezonde baby dood in het bedje aangetroffen. Dit wordt ook wel SIDS genoemd: het Sudden Infant Death Syndrome. Er zijn veel theorieën over wiegendood, maar geen daarvan kan het verschijnsel volledig of afdoende verklaren. Men denkt dat de baby overlijdt aan een stoornis in de ademhalingsregulatie en/of bloeddrukregulatie en/of warmteregulatie tijdens de slaap.Onderzoek heeft de laatste jaren wel meer inzicht gegeven in risico's en preventie van wiegendood. Inmiddels is een aantal risicofactoren bekend. Aan de hand hiervan kunnen maatregelen genomen worden om de kans op wiegendood aanzienlijk te verkleinen. Voorzover bekend is wiegendood niet erfelijk. Een baby die geboren wordt binnen een gezin waarin al eerder een kind is overleden aan wiegendood, heeft dus geen verhoogde kans op wiegendood. In de adressen lijst vindt je verschillende adressen die verwijzen naar sites over wiegendood en preventie.
- X gebonden aandoening - dit is een geslachtsgebonden afwijking waarbij het probleem bij het zieke x chromosoom ligt. Deze ziekte komt alleen mij mensen van het mannelijke geslacht voor. Dit omdat mensen van het vrouwelijk geslacht altijd nog ter compensatie een gezonde x chromosoom hebben. De bekendste afwijkingen bij mannen met een x chromosoom afwijking is de ziekte van van Duchenne, hemofilie A en het fragiele X syndroom. Voorheen was dit een reden om de zwangerschap te beeindigen in het geval bekend werd dat het om een jongen ging. Tegenwoordig is het mogelijk verder te onderzoeken of het kind aan een van de afwijkingen leidt. Er is een kans van 50% op een afwijking in het geval de baby een jongen is.
- Zuurstofgebrek - Dit wordt ook hypoxie genoemd. Tijdens de zwangerschap of bevalling kan de baby zuurstof tekort krijgen. Hypoxie treedt op wanneer de placenta te vroeg loslaat of wanneer de navelstreng beklemt is geraakt of is uitgezakt. Zuurstofgebrek kan ook optreden doordat het kindje meconium in het vruchtwater heeft geloosd. Bij een stuitbevalling is er ook een verhoogde kans op zuurstofgebrek bij de kleine.
- Zwangerschapssuiker - zwangerschapsdiabetes is een vorm van suikerziekte die tijdens de zwangerschap optreed. De aanleg van suikerziekte komt tot uiting als de suikerstofwisseling extra belast wordt. Suikerziekte kan worden aangetoond door suiker in de urine, welke regelmatig in de zwangerschap gecontroleerd wordt. Na ontdekking van suikerziekte tijdens de zwangerschap zal er alles aan worden gedaan om de suikerziekte onder controle te krijgen. Dit om te voorkomen dat de alvleesklier van de baby over belast raakt, en ook om te zorgen dat het kind niet te zwaar wordt, waardoor er grote risico's ontstaan bij de bevalling.
|